< Meer determinatiehulpen

laatst gewijzigd op 09-01-2023

Kleine gele composieten

Stef van Walsum


Inleiding

In Nederland kennen we diverse soorten 'kleine gele composieten' die je vrijwel overal in het land kan tegenkomen. In dit overzicht hebben we de vijf algemene soorten weergegeven. Deze soorten lijken op elkaar door de grootte, bloemkleur, afwezige stengelbladen en aanwezigheid van een bladrozet. Dit met uitzondering van Klein streepzaad, deze heeft wel stengelbladen. Deze is aan dit overzicht toegevoegd aangezien hij vaak tussen de andere soorten groeit en daar regelmatig mee wordt verward.

Met dit overzicht kan je de vijf algemene 'kleine gele composieten' gemakkelijk onderscheiden. Let er wel op dat dit geen compleet overzicht is van alle kleine gele composieten die in Nederland voorkomen. 

Vergelijking

 

Paardenbloem

Taraxacum officinale s.l.

Kleine leeuwentand

Leontodon saxatallis

Gewoon biggenkruid

Hypochaeris radicata

Vertakte leeuwentand

Scorzoneroides autumnalis

Klein streepzaad

Crepis capillaris

Stengel vertakt

Nee

Nee

Ja

 Ja

Ja

Stengelbladeren

Afwezig

Afwezig

Afwezig, wel stengelschubben

Afwezig, wel stengelschubben

Aanwezig, bladvoet met spitse oortjes

Eindslip rozetbladen

Variabel

Breed en afgerond

Breed en afgerond

Lang en smal

Variabel

Beharing rozetbladen

Meestal kaal

Gaffelharen

Lange borstelharen

Meestal kaal

Meestal kaal

  • De zeldzame Ruige leeuwentand (Leontodon hispidus) onderscheidt zich van Kleine leeuwentand o.a. door de dicht- en kort behaarde stengel. 

 

Paardenbloem

 

De Paardenbloem is zeer variabel van vorm. Je herkent hem aan de teruggekromde omwindselbladen (soms aanliggend) en broze onvertakte stengels (makkelijk breekbaar). Foto: Willem Braam & Otto Zijlstra

 

Kleine leeuwentand

 

Kleine leeuwentand kan je herkennen aan de onvertakte stengel, en de gaffelharen op de rozetbladen. Foto: Willem Braam & Jaap Oosterom

 

Gewoon biggenkruid

 

Gewoon biggenkruid herken je aan de vertakte stengel, en borstelharen op de rozetbladen. Foto: Peter Meininger & Jaap Oosterom

 

Vertakte leeuwentand

 

Vertakte leeuwentand herken je aan de vertakte stengel, en rozetbladeren met een lange smalle eindslip. Foto: Adrie van Heerden & Willem Braam

 

Klein streepzaad

 

Klein streepzaad is zeer variabel van vorm. Van de bovenstaande soorten kan je hem gemakkelijk onderscheiden aan de stengelbladeren die met spitse oortjes voorbij de stengel steken. Foto: Hanneke Waller & Stef van Walsum

 

Determinatiesleutel

1
Stengel vertakt
3
 
-
Stengel niet vertakt
2
 
 
2 (1)
Stengel stevig. Rozetbladen met gaffelharen
 
-
Stengel breekbaar. Rozetbladen zonder gaffelharen
 
 
3 (1)
Stengelbladen aanwezig, met spitse oortjes aan de bladvoet
 
-
Stengelbladen afwezig, enkel stengelschubben aanwezig
4
 
 
4 (3)
Eindlob van de rozetbladen langwerpig en smal, meestal kaal
 
-
Eindlob van de rozetbladen breed afgerond, bezet met lange borstelharen
 
 

Literatuur

Hagendijk, A.;van Soest, J.L.;Zevenbergen, H.A. (1975) Compositae: Taraxacum (behalve Sectie Vulgaria). Flora Neerlandica 4(9): 1-52. 
 
Hartsen, F.A. (1865) Crepis virens - Groenachtig Streepzaad Flora Batava 12: 960-960. 
 
Ietswaart, J.H.;Vroman, M. (1974) Seizoensveranderingen bij bladeren van Taraxacum. Gorteria 7: 33-41. 
 
Kops, J. (1807) Leontodon autumnale - Herfst Paardebloem Flora Batava 2: 110-110. 
 
Kops, J. (1814) Leontodon taraxacum - Gemeene Paardebloem Flora Batava 3: 168-168.
 
Kops, J. (1822) Leontodon hirtum - Ruwe Paarde-Bloem Flora Batava 4: 279-279. 
 
Kops, J.;van Hall, H.C. (1828) Hypochoeris radicata - Langwortelige Biggekruid Flora Batava 5: 350-350. 
 
Londo, G. (1978) Over het gedrag in ruimte en tijd van Taraxacum en Plantago. Gorteria 9: 174-178. 
 
Meijer, K. (2020) Taraxacum Nederland.  
 
Oosterveld, P. (1978) De indicatiewaarde van het genus Taraxacum voor het beheer van graslanden. Gorteria 9: 188-193. 
 
Oosterveld, P. (1994) Hyngsteblom, Kninebledden en Tiksel. Gorteria 20: 61-70. 
 
Oosterveld, P. (1992) On cultivation of Taraxacum sp. Nieuwsbrief Studiekring Taraxacum 3: -.
 
van Ast, A.;ter Borg, S.J.;van Groenendael, J.M. (1987) De oorzaak van de achteruitgang van Biggekruid in onze bermen. De Levende Natuur 88: 88-93. 
 
van Eeden, F.W. (1877) Crepis virens - Uitgespreid Streepzaad Flora Batava 15: 1182-1182. 
 
van Soest, J.L. (1966) Korte determinatietabel voor de Nederlandse soorten van Taraxacum sect. Erythrosperma Dahlst. em. Lindb.f. Gorteria 3: 43-47. 
 
van Soest, J.L. (1967) Taraxacum euryphyllum (Dahlst.) Christ. in Nederland. Gorteria 3: 104-108. 
 
Vroman, M.;Ietswaart, J.H. (1972) Taraxacum limnanthes Haglund subsp. limnanthoides van Soest op Schiermonnikoog. Gorteria 6: 1-9. 
 
Walrecht, B.J.J.R. (1935) Taraxacum officinale. De Levende Natuur 40: 96-96. 
 
Weeda, E.J. (1984) Over lastige composieten, schermbloemigen en de zin van verzamelen. Natura 81: 238-247.
 
Zijlstra, O.G. (2000) Paardenbloemen in Twente (1). Nieuwsbrief FLORON-FWT 21: 1-1.